Categorieën
Nieuws

Een spoor naar het verleden – over vrouwen, vruchtbaarheid en vergeten landschappen

Toen ik opgroeide, las ik over een graangodin die boos werd toen een kind achteloos een boterham weggooide in het veld. Zulke verhalen bleven hangen. Niet alleen vanwege de dreiging – alsof het land zelf kon reageren – maar ook omdat ze iets lieten zien over de relatie tussen mensen, voedsel en aarde. En over de rol van vrouwen in het bewaren van die relatie.

Later, toen ik in Zuid-Holland ging wonen, begon ik me te verdiepen in de geschiedenis van dit land. Dit landschap. Ik leerde over de Vlaardingencultuur – een samenleving van vissers, jagers en vroege boeren die hier 5000 jaar geleden leefden, op de grens van water en land. Ze lieten geen geschreven bronnen na, maar archeologen vonden hun potten, vuurplaatsen en resten van voedsel.

Rond dezelfde tijd leerde ik de naam Nehalennia kennen: een godin die in de Romeinse tijd werd vereerd langs de Zeeuwse kust. Van haar zijn tientallen altaren gevonden, met inscripties en afbeeldingen. Ze bestond in de religieuze beleving van de mensen, ze had een naam, een vorm, een functie.

Wat ik zelf geloof, of liever: aanneem, is dat zulke figuren als Nehalennia teruggaan op oudere lagen van verering. Dat de Romeinen haar niet ‘bedachten’, maar een bestaande, inheemse natuurgodin opnamen in hun eigen systeem – zoals ze dat vaker deden. Ik weet dat niet zeker. Maar het is een plausibele lijn, ondersteund door patronen die we ook elders in Europa zien.


Een godin zonder naam
Er zijn geen beeldjes gevonden van vrouwelijke godinnen uit de Vlaardingencultuur. Geen inscripties, geen tempels. Maar ik vermoed – en ik ben niet de enige – dat deze mensen wel degelijk een manier hadden om zich te verhouden tot vruchtbaarheid, tot het ritme van seizoenen, tot geboorte en dood. Misschien waren die praktijken stil, lokaal, doorgegeven via gebaren of liederen. Misschien was er geen vaste figuur, maar een veld, een boom, een plek.

Ik zeg dit niet als feit. Ik zeg dit als bosbadgids en kunsthistorica, die werkt met verbeelding en aanwezigheid. Ik geloof dat het landschap zelf herinnering draagt. En dat we, als we goed luisteren, iets kunnen aanvoelen van die oude wederkerigheid.

Waarom ik dit vertel
Ik probeer geen geschiedenis te schrijven. Ik probeer openingen te maken. Geen reconstructie, maar resonantie. Door te werken met wat we wél weten – de vuurplaatsen, de vondsten, de overgangszones – en daarbij ruimte te laten voor wat we alleen kunnen vermoeden.

In de rand van het bos.
Aan een slootkant in de polder.
Op een plek waar de wind een cirkel tekent in het riet.
Daar kun je misschien geen godin aanwijzen.
Maar je kunt wel stilstaan bij de gedachte dat mensen hier ooit hun handen vouwden om een kom, een kind, een korenaar.
En iets vroegen. Iets teruggaven.