In juli 2025 verscheen in Nature Cities een internationale studie van de Universiteit Leiden en Stanford University over de invloed van stedelijk groen op mentale gezondheid.
Het onderzoek, uitgevoerd door het Natural Capital Project (NatCap) in samenwerking met het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML), analyseerde gegevens van bijna zesduizend deelnemers uit 78 veldstudies wereldwijd. De vraag was niet óf natuur gezond is, maar wat er precies in mensen verandert tijdens contact met natuur, en welke vormen van contact het meest bijdragen aan herstel.
De resultaten zijn opmerkelijk. Rustig zitten in het groen blijkt meer te doen voor de gemoedstoestand dan actief bewegen. Deelnemers die slechts aanwezig waren in een natuurlijke omgeving — zonder fysieke activiteit of doel — rapporteerden een duidelijk grotere afname van negatieve gevoelens dan mensen die actief bewogen, bijvoorbeeld wandelden of sportten. Beide vormen zorgden wel voor meer energie en alertheid, maar alleen stil zitten leidde tot diepere ontspanning en vermindering van stress, angst en somberheid.
Deze bevinding is belangrijk, omdat veel gezondheidsprogramma’s vooral beweging stimuleren. Dat heeft onmiskenbaar waarde, maar dit onderzoek laat zien dat herstel van het zenuwstelsel juist ontstaat in momenten van rust en vertraging.
Wanneer mensen letterlijk tot stilstand komen, schakelt het lichaam over van paraatheid naar ontspanning. De ademhaling verdiept zich, het hartritme daalt en de hersenen krijgen ruimte voor vrije associatie en herstel. Juist deze staat van ontvankelijkheid blijkt essentieel voor mentale gezondheid.
De onderzoekers wijzen erop dat het effect al optreedt na minder dan vijftien minuten contact met natuur, maar sterker wordt bij langere duur. Na ongeveer 45 minuten werden zelfs meetbare fysiologische veranderingen gevonden, zoals dalende cortisolniveaus en een toename van vitaliteit.
De effecten waren het grootst bij jongvolwassenen — de groep die het vaakst in stedelijke gebieden woont en het sterkst blootstaat aan mentale druk, digitale overprikkeling en prestatiedruk.
Het onderzoek heeft ook implicaties voor stedelijke planning en gezondheidsbeleid. Groene ruimte wordt vaak gezien als decor voor recreatie of beweging, maar deze studie toont aan dat stille, beschutte plekken in de stad minstens zo belangrijk zijn als sportvelden of fietspaden. Kleine hofjes, minibossen of schaduwrijke zitplekken kunnen grote invloed hebben op welzijn. Zulke ‘pocket parks’ verlagen stress en versterken gevoelens van rust en verbondenheid. Ze kosten weinig ruimte en zijn een kosteneffectieve manier om de mentale gezondheid van stedelingen te ondersteunen.
Voor de praktijk van bosbaden bevestigt dit onderzoek wat gidsen al jaren ervaren: dat natuur pas haar helende werking ontvouwt als we stoppen met doen.
Bosbaden nodigt mensen uit om langzaam, stil en met open zintuigen aanwezig te zijn in de meer-dan-menselijke wereld. Niet de activiteit, maar de aandacht vormt de poort naar herstel. Deelnemers ervaren daardoor niet alleen ontspanning, maar ook een subtieler gevoel van energie, helderheid en verbondenheid.
De conclusie van de Leidse en Stanford-onderzoekers vat het kernachtig samen: “Stadsnatuur is niet alleen goed voor de stad, maar ook voor onszelf.” Het onderzoek benadrukt dat natuur geen luxe is, maar een basisvoorwaarde voor geestelijke gezondheid in de verstedelijkte samenleving.
Bron:
Guerry, A., Remme, R., Li, Y., Mao, Y. et al. (2025). Urban Nature and Mental Wellbeing: Global Evidence from 78 Field Studies. Nature Cities, juli 2025. In samenwerking met Stanford’s Natural Capital Project (NatCap) en het Centrum voor Milieuwetenschappen Leiden (CML).
