Als je met mij een bosbad hebt gedaan in Hoek van Holland, dan ken je de boom. Je gaat een hoog zeeduin over en daalt een stijl, smal, zanderig pad af. Zo kom je in een duinkom terecht die ooit een camping is geweest. Allang verlaten, maar veel van de planten die de voormalige kampeerders voor hun tenten hebben gezet, staan er nog. Zo zijn er enorme naaldbomen, groter dan alles wat we aan naaldbomen in Rotterdam hebben.
En een van die pijnbomen is de plek waar wij bij elk bosbad neerzijgen. Het is een uitnodigende boom, hij heeft wijde takken die de grond raken en er groeit alleen zacht, lang gras, wat uitnodigt om op te gaan zitten. Ik herinner me een middag met een groep studenten van de Forest bathing Academy. Een van de studenten had de uitnodiging: ga op een blind date met het bos. We kwamen erachter dat dit geen boom was die omarmd wilde worden. Dit is geen knuffelboom. Het is een buitengewoon aantrekkelijke boom, een die je lokt en verleidt om dichterbij te komen, maar aanraken? Nee, dat doen we niet.

Ik ben niet alleen bosbadgids en trainer, maar ook bomenridder voor Hoek van Holland. Bij bomenridders denk je misschien aan mensen die zich aan bomen vastketenen. Vroeger deden ze dat ook, maar tegenwoordig zijn het papierridders en gaan we vooral met verweerschriften ervoor zorgen dat kapvergunningen niet worden verleend.
Je voelt hem al aankomen: eind september kreeg ik het bericht dat heel die duinkom omgetoverd gaat worden in Natura 2000-gebied en dat daarvoor de hele duinkom helemaal af wordt graven. Alles wat er nu groeit gaat eraan omwille van nieuwe Natura 2000-natuur. Nou, ik ben natuurlijk hartstikke voor Natura 2000-natuur, ik vind dat fantastisch en superbelangrijk, maar niet als prachtige oude monumentale anti-knuffel-bomen ervoor moeten wijken. Dus ik heb tegen Ridder Michiel, de baas van de bomenridders, gezegd: “Nee jongens, hier gaan we wat aan doen. Dit gaat te ver.”
En zo geschiedde het. Ik ben in gesprek gegaan met de mannen van het Zuid-Hollands Landschap. Ze hebben mij meewarig aangekeken, als ware ik een hysterische, romantiserende huisvrouw. En toch is het gelukt. Liever dan een gerechtelijk geding riskeren hebben ze besloten om die ene boom te laten staan.
Daar bleef het natuurlijk niet bij. Jullie kennen mij. Nee hoor, ik heb daar een post over gedaan op LinkedIn en prompt kwam het AD op mijn spoor. En nu, in de kersttijd (zet je schrap), komt er dus nog een heel mooi artikel aan onder de naam Oh Denneboom. Ik ga dat posten als het er is, maar ik wilde je dit verhaal alvast vertellen. Niet zomaar, maar omdat het zo onwijs belangrijk is om vooral oude bomen te laten staan. Jonge bomen, hartstikke welkom, schatjes, kom er maar bij. Maar oude bomen zijn zo belangrijk voor het landschap, voor onze gezondheid, voor de historiciteit. Ze hebben cultuurhistorische waarde en maken veel meer gezonde lucht dan andere bomen. Vooral naaldbomen kunnen in hun eentje voor een Blue Zone-effect zorgen, dus een gebied waar je langer leeft en gezonder oud wordt.

En dan hebben we het nog niet eens over de biodiversiteit. Deze pijnbomen trekken bijvoorbeeld junikevers aan, een soort meikevers maar net wat kleiner. Die junikevers worden dan weer opgegeten door zeer zeldzame vleermuizen die zonder hun lievelingsmaaltje gedoemd zijn te verdwijnen. Dat willen we toch niet? Of wel?
Waarschijnlijk kunnen we straks niet meer bosbaden in dit gebied. Er gaat een groot hek omheen maar misschien zien we Oh Denneboom nog in de wind zwaaien.
Waarom vertel ik dit? Omdat oude, monumentale bomen in ons landschap zo onwijs belangrijk en onmisbaar zijn. Ze zorgen niet alleen voor de biodiversiteit, zoals deze, maar ze creëren ook in hun eentje een Blue Zone. Vooral naaldbomen doen dat, dus een gebied waar je gezonder oud wordt en langer leeft. En bovendien worden wij heel gelukkig van deze bomen. En wat is het leven zonder vrienden? Voor je vrienden doe je dit.
Wist je dat er een themareis Monumentale bomen is? Misschien leuk voor jou.

